Dutch readings / Beginner 1 / Family & Friends
Playing Football with Friends
Voetbal spelen met vrienden
Ik speel graag voetbal met mijn vrienden in het park. Op zaterdag kom ik vroeg aan met mijn bal en fles water. De zon schijnt vaak, en ik voel me blij en sterk. Mijn beste vriend Sam komt ook, en hij lacht hard. We zetten twee tassen neer als doel. Daarna warmen we op, we rennen, we passen, en we roepen elkaar bij de naam. Ik draag mijn rode shirt en lichte schoenen. Iedereen zegt, klaar, en we starten het spel rustig. | Het spel is leuk en eerlijk. Ik pas naar Lina, zij staat vrij. We juichen bij een goal, en nemen daarna water en pauze.
English Translation
I like to play football with my friends in the park. On Saturday I arrive early with my ball and a bottle of water. The sun often shines, and I feel happy and strong. My best friend Sam also comes, and he laughs loudly. We put two bags down as a goal. Then we warm up, we run, we pass, and we call each other by name. I wear my red shirt and light shoes. Everyone says ready, and we start the game calmly. | The game is fun and fair. I pass to Lina, she is free. We cheer for a goal, and then take water and a break.